Eredoctor Otto Duintjer over filosofie en spiritualiteit

In het jaar 2004 ontving prof. dr. Otto Duintjer een eredoctoraat van de Universiteit voor Humanistiek vanwege zijn werk op het grensvlak van filosofie en spiritualiteit. De universiteit acht dit werk van grote wetenschappelijke en maatschappelijke betekenis, mede gezien de verbinding die Duintjer legt tussen humanisme en spiritualiteit. Otto Duintjer (1932) was van 1970 tot 1987 hoogleraar Kennisleer en Metafysica aan de Universiteit van Amsterdam. Vanaf 1987 tot aan zijn emeritaat in 1997 had hij de opdracht Filosofie en Spiritualiteit aan dezelfde universiteit.

In 2002 verscheen een interview met Otto Duintjer in het Tijdschrift voor Humanistiek, themanummer ‘Humanisme en spiritualiteit’, maart 2003, nr 13 Jaargang 4, p.17-23.
Klik op deze link om het volledige artikel te lezen. 

Enkele delen uit het artikel:

Otto Duintjer over spiritualiteit en levenskunst
Door: Martijn Rozing

U denkt en publiceert al jaren over spiritualiteit. Zoals u in een van uw artikelen aangeeft is spiritualiteit een containerbegrip waar eigenlijk van alles onder verstaan wordt. Kunt u uitleggen wat u onder spiritualiteit verstaat?

Ik zou daarbij niet in de eerste plaats denken aan theorieën of aan wereldbeschouwingen, maar aan een wijze van leven, een levenshouding. Meer in het bijzonder aan het leerproces waarbij je die wijze van leven al doende meer of minder eigen maakt in de loop der jaren. Het ligt dus wel op wat filosofen zouden noemen existentieel niveau. Dus wat het hele bestaan van de mens raakt, en is in die zin vergelijkbaar met religies die dat ook claimen. Maar spiritualiteit onderscheidt zich dan met name daarin, tenminste zoals ik dat woord spiritualiteit zie: dan is het iets wat ons hele bestaan betreft, maar waarbij geen sprake is van dingen aannemen op gezag. Het heeft niet te maken met geloven dat er een god is of geloven dat er geen god is, het heeft überhaupt niet met geloven te maken. Het heeft te maken met een te leren houding aangaande het leven. Afgaande op inzicht en ervaring.

Laat ik het volgende punt ook maar meteen benadrukken: het gaat om een houding ten aanzien van de werkelijkheid in z’n geheel, of ten aanzien van het leven in z’n geheel, daarbij is niets van waar je mee in aanraking kunt komen uitgezonderd. En wat het woord spiritueel betreft; dat moet niet gebruikt worden in de betekenis waarin het soms genomen wordt, niet in die zin dat je met het spirituele of de ‘spirit’ een afzonderlijk deel van de werkelijkheid bedoelt in contrast met bijvoorbeeld het materiële. Dan zou spiritualiteit alleen “het hogere” betreffen dat dan concurreert met het andere als “het lagere”. Als ik het woord ‘spirit’ gebruik dan bedoel ik dat wat de hele werkelijkheid, elke werkelijkheid, elke mogelijke werkelijkheid waarmee je in contact kunt komen, omvat en doordringt. En dat betekent dat daarvan niets uitgezonderd is.

Het humanisme profileert zich hoofdzakelijk als een seculiere levensbeschouwing. In hoeverre is daarin volgens u plaats voor spiritualiteit?

Een humanist zal sowieso geïnteresseerd zijn in wat mensen als mensen kenmerkt. Het woord ‘humanisme’ alleen al heeft slechts zin als er iets is wat alle mensen gemeen hebben ondanks alle verschillen tussen culturen of etnische groepen en tussen individuele personen. Humanisme betekent nader dat dit gemeenschappelijke (het ‘humanum’) van het hoogste belang geacht wordt voor ieder mens. Een humanist zegt bijvoorbeeld dat er zoiets bestaat als menselijke waardigheid en dat daarmee iets beslissends is gezegd over elke mens. In dat verband zou ik zeggen: het open bewustzijn, het prealabele bewustzijn, is dat wat alle mensen verbindt. Dus: wat we zelf zijn en wat niet samenvalt met binnen de mensheid te onderscheiden groepen. Overigens ook niet opgaat in ons redeneervermogen dat zich bedient van aangeleerde begrippenkaders. Het is het primaire bewustzijn dat taal en cultuur kan aanleren en zo een specifieke identiteit kan binnentreden. Het is de primaire presentie of openheid die voorafgaat aan, en meegaat in, elke gespecialiseerde wijze van bewustzijn. Het heeft onder andere de kwaliteit van open manifestatie-ruimte en kan in zoverre ook wel doen denken aan wat boeddhisten sunyata noemen: de ‘leegte’, waarin overigens alles zich afspeelt. Iets ervan valt ook aan te duiden met een zinnetje van Nietzsche: de mens is “das nicht festgestellte Tier”, het dier dat zich onderscheidt van andere dieren niet door een vastliggend specialisme, maar door grotere openheid. Die voorafgaande openheid verbindt ons en is de creatieve bron van elke cultuur en ieder individu. Hier zie ik alvast een verband van spiritualiteit met humanisme, minstens een lijntje.

Theïsten zoeken dat wat alle mensen verbindt in een God buiten ons, en als een afzonderlijk wezen. Dat geloof kan wel het effect hebben dat jong en oud, neger en blank enzovoorts zich allemaal overkoepeld achten. Maar dat is dan door een apart wezen buiten ons, wiens bestaan je eerst moet aannemen op gezag van een historisch boek of instituut. Maar de notie van iets wezenlijks in ons zelf, voorafgaand aan wat we verder ook nog zijn, dat ons allen verbindt (‘het goddelijke in onszelf’) : daar meer besef van krijgen, zou een humanist toch kunnen interesseren.

Met die primaire openheid waar je deel aan hebt met alle andere mensen, opent zich bovendien ook een weg naar een elementair ethos. Dat is voor het humanisme natuurlijk ook essentieel. Wat altijd in staat stelt om respect te hebben voor je naaste in dezelfde mate als je respect hebt voor de eindige persoon die je zelf ook bent, dat is nou juist datgene wat niet aan die eindige persoon gebonden is maar wat je wel zelf bent en wat die ander ook zelf is. In een ander het primaire bewustzijn herkennen en erkennen, dat is de kern van het “je naaste liefhebben als jezelf”. De verbinding tussen spiritualiteit en moraal is in de meest letterlijke zin gelegen in het prealabele bewustzijn.

Dus het leerproces dat u dan beschrijft als spiritueel leerproces: een toenadering, een meer open worden voor dat bewustzijn en voor de werkelijkheid als een zichzelf manifesterend proces, is dus eigenlijk ook een moreel leerproces?

Ja, als je met moreel bedoelt: erkenning van ieder ander in zijn wezenlijke gelijkwaardigheid ,die er is en blijft ook al ben je helemaal niet gelijk. Zo ken ik een verhaal van een rechter over een groepje jongens die een oudere mevrouw in elkaar geslagen hadden en die op de vraag: ‘wat gaat er dan in je om, wat drijft je dan, heb je er zin in om iemand die je moeder had kunnen zijn, iemand die niets terug kan doen en die je niets gedaan heeft, in elkaar te slaan?’ als antwoord gaven: ‘ik heb helemaal geen mevrouw gezien, dat is niet tot me doorgedrongen, het had net zo goed een vuilnisbak kunnen zijn.’ Met andere woorden: het zou kunnen dat als ze de persoon werkelijk aan hadden gekeken, in de ogen bijvoorbeeld, dat ze zo iets dan niet zo gauw zouden doen, het niet hadden kunnen doen. Als je in die ander een zelf herkent dan wordt elk kwaad dat je een ander bewust aandoet van dezelfde orde als wat je jezelf aandoet.

Wat ik veel bij u beluister is een inspiratie van oosterse spiritualiteit. U heeft een paar keer Boeddhisme laten vallen. Veel vormen van hedendaagse spiritualiteit hier in het westen zijn op het oosten georiënteerd, zou je kunnen zeggen. Het gaat vaak om eeuwenoude tradities; in hoeverre zijn die nog van toepassing op onze hedendaagse situatie in deze maatschappij?

Mij maakt het niet zoveel uit waar het vandaan komt: het gaat mij om praktijken en om inzicht. Van belang is of ik iets herken als waar en waardevol, en of ik er dan iets mee kan. Zelf ben ik trouwens tot mijn voornaamste inzichten gekomen vóór dat ik kennis maakte met oosterse leraars en geschriften. Dit laatste was voor mij meer een kwestie van herkenning en bevestiging achteraf. En van praktische beoefening. Dat hier en daar, wat betreft spiritualiteit, meer naar het oosten wordt verwezen heeft natuurlijk te maken met het feit dat alle tradities in beweging zijn in de 21ste eeuw. We zijn hier in het westen sterk veranderd, vooral sinds allerlei ontwikkelingen in de laatste 300 jaar. Een gedeelte van onze eigen traditie ontvalt ons, of in ieder geval in de vorm waarin we het overgedragen kregen. Voor velen is dat gedeelte twijfelachtig, irrelevant of verwerpelijk geworden. Dit is sinds de zestiger jaren een van de aanleidingen geweest voor jongere generaties om in het oosten op zoek te gaan naar levende praktizanten van spirituele tradities die minder besmet waren met dingen die in de eigen tradities gekritiseerd werden.

In hoeverre die tradities in het heden van toepassing zijn? Daar valt pas iets over te zeggen als het gaat om concrete voorbeelden. Er is een oerwoud van verschillende tradities die in duizenden jaren zijn ontstaan, veranderd, vermengd en aangevuld. Selectie is dus onvermijdelijk. Ook voor ‘oosterse mensen’ zelf, en evenzo wanneer we het zouden hebben over ‘de westerse traditie’. Sommige vormen van meditatie (vipassana bijvoorbeeld) kunnen heel zinnig zijn voor moderne mensen. Daarvoor hoef je niets te geloven en niets te verloochenen. Het is iets om in de praktijk uit te proberen en te kijken wat het met je doet. Liefst af en toe begeleid door iemand met wat meer ervaring. Op korte termijn kun je er al van leren om meer te ontspannen en tegelijk alert te blijven. Voor een waarheidszoeker is het een manier om daadwerkelijk kennis te maken met meer aspecten van de werkelijkheid en van de menselijke psyche. Met dimensies van bewustzijn waar we de hele dag inzitten maar waar we vaak weinig oog voor hebben, ook al door de overdaad aan bewustzijns-inhouden die de moderne wereld ons aanbiedt: informaties, spullen, bezigheden, verleidingen.

Alles wat we aan materiële welvaart en comfort hebben gewonnen in de laatste eeuwen heeft een schaduwkant die vooral schuilgaat in de kansen om verslaafd of opgejaagd te raken. We raken geleidelijk aan zo gewend aan een onverzadigbaar materialisme dat we het bijna niet meer in de gaten hebben. Mijn nadruk hierop bedoelt niet de materiële werkelijkheid te miskennen, maar wil er aan herinneren dat we er vrijer van kunnen genieten wanneer we er niet zo verslaafd aan zijn. Dit vereist meer besef van wat zich in ons manifesteert, ook wat betreft verlangens en vrezen. Met name innerlijk contact met begeerten in onszelf waar het hele commerciële bestel ons op aanspreekt en ons op probeert te pakken. In commercials en alle vormen van reclame word je constant aangesproken op verlangens die elk mens in zich heeft, zoals begeerten naar veiligheid en gezondheid; naar genieten, in de smaak vallen bij aantrekkelijke mensen, erotische gevoelens; ook naar erkenning en prestige. Die verlangens zijn natuurlijk en niets om je voor te schamen. Maar met beelden die een vervulling van zulke begeerten willen suggereren, worden we geprikkeld om steeds de “nieuwste” producten aan te schaffen en tot ons te nemen. Meer dan we nodig hebben om gelukkig te leven. Met een manier van leven die verlangens niet afweert uit het bewustzijn, maar er zich ook niet door laat koeioneren, zou je zulk soort dingen kunnen waarderen voor wat ze zijn, zonder dat het een moeras wordt dat jou opzuigt. Dus ook die verlangens bewust gaan opmerken (onder andere bij meditatie), zonder ze te verdringen enerzijds en zonder je er blindelings door te laten meeslepen anderzijds.

Spiritualiteit als levenskunst is in de moderne maatschappij extra relevant. Juist ook om genoegen te kunnen beleven aan die nieuwe dingen, is het zaak om gevoelig te worden voor wanneer iets genoeg is. Een willekeurig voorbeeld: tijdens de reis die ik laatst door China maakte was ik de enige single in een groepje met vier paren, waarvan twee net in de dertig. Om de paar dagen reisden we per trein of bus zo’n 1500 km, en kwamen dan aan in een hotel in een andere plaats. Die dertigers gingen dan meestal meteen in het reisboek iets opzoeken waarvoor je weer 4 of 6 uur in de bus moest zitten: een toeristische attractie verderop die perse gezien moest worden. Meestal reis ik alleen, en in ieder geval wil ik eerst verkennen en meemaken waar ik nu terecht ben gekomen. Enkelen werden op den duur ook ziek, mede door dat te veel doen, te veel op zoek naar nieuwe kicks. Komt ook voor bij tv-kijkgedrag. Besef van genoeg en aandacht voor wat zich per situatie aandient kan helpen om ook meer levensvreugde te ervaren. Als je beseft dat het wezenlijke er altijd al is, word je minder haastig en beleef je meer aan wat zich heden manifesteert.

In: Tijdschrift voor Humanistiek, themanummer ‘Humanisme en spiritualiteit’, maart 2003, nr 13 Jaargang 4, p.17-23.

 

 

Reageer op dit verhaal

Reageer

Je e-mailadres wordt niet getoond. Velden met een * zijn verplicht.

*