Studieadviseur Judith Hokke: “Ik maakte de ontwikkeling van studenten van dichtbij mee”

Judith Hokke was van 1990 tot 2000 beleidsmedewerker onderwijs, stagecoördinator en studieadviseur. “Het was een zinderende tijd, die begintijd. Een bonte verzameling mensen was een nieuwe universiteit aan het vormgeven.”

Judith Hokke: “Iedere student aan de UvH maakt een heel ontwikkelingstraject door. Dat traject gaat staat los van je leeftijd, voorgeschiedenis of werkervaring en gaat heel anders dan je van tevoren hebt voorzien. Dat vind ik het mooiste aan de studie op de Universiteit voor Humanistiek. Het is bijzonder dat ik als studie-adviseur dat traject van vrijwel alle studenten van dichtbij mee kon maken. Op de kleine en groeiende Universiteit voor Humanistiek had ik de ruimte om echt begeleider van de studenten te zijn.”

Een nieuwe organisatie
“Maart 1990 ben ik begonnen als beleidsmedewerker onderwijs. Ik werkte direct samen met studieadviseur Hanneke van den Hoek. Daarvoor was ik studieadviseur op de Universiteit Utrecht. Hanneke kende het oude Humanistisch Opleidingsinstituut goed, dus die kennis konden we mooi vermengen in de opbouw van de afdeling Studentzaken. De UvH was een hele nieuwe organisatie dus niets lag nog vast. De bouwdecaan en latere rector, Douwe van Houten, wist als geen ander hoe de organisatie in elkaar moest steken. Hij heeft er voor gezorgd dat mensen snel getraind raakten in alert zijn op alle eisen waaraan iets moet voldoen, het maken van reglementen. Omdat de organisatie zo in opbouw was, heb ik enorm veel zelf kunnen leren, ontdekken en uitproberen.”

Zinderende tijd
“Toen de UvH begon, werkten er ongeveer veertig mensen, van hoogleraar tot conciërge. Het was heel hard werken. Niemand was slechts van negen uur ‘s morgens tot vijf uur ‘s middags op de universiteit. Die sfeer smeedde een band. De lijntjes waren op de UvH erg kort en daardoor kon je dingen snel voor elkaar krijgen. Ik zat bijvoorbeeld aan tafel bij de rector. Dat was niet per se leerzaam omdat het de rector was, maar doordat ik als beleidsmedewerker zo direct contact had kon ik zijn ideeën meteen meenemen in het vormgeven van de beleidsstukken. Het was een zinderende tijd, die begintijd van de UvH.

Een bonte verzameling mensen was een nieuwe universiteit aan het vormgeven. Ik ervoer de UvH als een wereld waarin meningsverschillen voorkwamen, maar die meningsverschillen mochten bestaan en het gesprek werd er over aangegaan. Ik vond het heel inspirerend om te zien dat veel docenten die ook nog op het Humanistisch Opleidingsinstituut lesgegeven hadden ontwikkelingskansen zagen in de nieuwe universiteit. Niet alleen studenten waren aan het leren en ontdekken, ook een groep docenten was zich in sneltreinvaart aan het ontwikkelen.”

Gelijkwaardig
“Bij de opbouw van de afdeling studentzaken heb ik veel gebruik kunnen maken van mijn oude netwerk. Zo zat ik bijvoorbeeld in een overleg van studieadviseurs en was lid van de Landelijke vereniging van studieadviseurs. Ik kon daar overleggen met andere studie-adviseurs over de inrichting van de UvH. Met hen sprak ik over hun visie op onze plannen, en vooral ook over hoe ik studiebegeleiding met oudere studenten vormgeef. Ik was in die tijd zelf 30 jaar oud, en ik denk dat driekwart van de studenten even oud of ouder was. Het was een hele nieuwe ervaring om leeftijdsgenoten te begeleiden. Een van de studenten is een goede vriendin van me geworden en die vertelde me dat ze de gelijkwaardigheid tussen studenten en medewerkers erg waardeerde.

In de begintijd van de UvH waren de eerste drie jaar van de zesjarige opleiding voor iedereen hetzelfde, en voor de laatste drie jaar moesten studenten kiezen tussen de praktische richting of de theoretisch-filosofische richting. Veel studenten waren in de beginjaren al wat ouder, en hadden vaak een andere opleiding gedaan. Ik heb me bezig gehouden met verkortingstrajecten voor deze studenten. Omdat er nog niet zo veel op papier stond bekeek ik met iedere student individueel welk traject zij het best konden volgen en waar zij eventuele vrijstellingen konden krijgen.

Ik had dus heel direct en intensief contact met alle studenten. Ooit kreeg ik een mooi compliment van een oud-student. Hij zei dat ik als studieadviseur binnen de kaders bleef, maar wel altijd op zoek was naar de tussenruimte voor een persoon, naar wat er individueel mogelijk is.”

Stages
“Ik heb in mijn tien jaar op de UvH ook een tijdje als stagecoördinator gewerkt. De inhoud en functie van de stages binnen de UvH was in de begintijd een discussiepunt. Het geestelijk verzorgerschap is een pittig beroep. Op het Humanistisch Opleidingsinstituut moest je minimaal 23 jaar oud zijn om aan de opleiding te mogen beginnen, maar op de UvH kon iedereen meteen naar zijn middelbare school terecht. De vraag leefde of je wel geschikt was om in de praktijk te gaan leren als je zo jong bent.

Een tweede punt was: Als je zoveel wetenschappelijks geleerd krijg, waar blijft dan je persoonlijke ontwikkeling? Blijf je niet te veel op de ratio zitten, waar andere zaken ook belangrijk zijn voor het uitoefenen van dit beroep? Bij de start van de UvH is deze discussie in een stroomversnelling gekomen en bij het uitzetten van de stages liep ik daar tegenaan. Omdat ik zelf niet uit het vakgebied kom had ik daarin een achterstand.

Als stagecoördinator ben ik het hele land doorgereisd en heb allerlei plekken bezocht om informatie op te doen. Ik vond het geweldig: lezen over geestelijke verzorging is iets heel anders dan bijvoorbeeld het bezoeken van de gevangenis in Maastricht.Daar ging ik op bezoek bij Maaike van Praag. Ik had ontzettend mijn best gedaan me netjes aan te kleden, maar Maaike vertelde me later dat ze door had gekregen dat ‘er een lekker ding voor de deur stond’. Maaike zei daarbij: ‘Dan weet je meteen hoe het hier werkt, en wat die studenten voor hun kiezen krijgen als ze stage komen lopen’.

Je moet dus niet al te bleu wezen, want dan gaat het mis. Voor mij als tusssenpersoon was het ontzettend belangrijk om zulke dingen te weten. Later heb ik het stagecoordinatorschap in overleg met de rector overgedragen aan Rob Buitenweg, die zelf ervaring had in het werkveld en dus beter om kon gaan met de discussie over de aard en de functie van de stages.”

Volwaardig
“De UvH functioneerde na ongeveer tien jaar als volwaardige universiteit. Dat heeft te maken met het feit dat een goede universiteit ver ontwikkelde onderzoeksprogramma’s heeft. Als je kijkt naar het feit dat de UvH vanuit niets met onderzoeksprogramma’s is begonnen, dan is tien jaar opbouwtijd echt heel kort en heeft de UvH dat dus ontzettend goed gedaan. Het onderwijsprogramma was al eerder gefundeerd want dat kon natuurlijk op het Humanistisch Opleidingsinstituut voortborduren. Maar een echte universiteit ben je pas als je de twee poten van onderzoek en onderwijs goed hebt neergezet.

En dan ging er ook nog energie naar de vormgeving van de universiteit zelf. Ik denk dat de UvH nu, na 25 jaar, een belangrijke speler in het veld is. Dat zie je aan het feit dat de UvH veel van zich laat horen: er zijn verbindingen met andere universiteiten en onderzoeksgroepen, en heeft goede eigen onderzoeksprogramma’s. En wat ik vroeger al bewonderingswaardig aan de UvH vond spreekt nu nog: het heeft de moed een tegengeluid te laten horen in het gevestigde debat, terwijl het altijd kritisch op zichzelf blijft.”

Reageer op dit verhaal

Reageer

Je e-mailadres wordt niet getoond. Velden met een * zijn verplicht.

*