Een jonge universiteit schrijft geschiedenis

In 1989 verscheen in Humus, het ledenblad van het Humanistisch Verbond, een interview met het nieuwe College van Bestuur van de Universiteit voor Humanistiek: rector Douwe van Houten en voorzitter Henk Bijleveld. Hieronder een verkorte weergave van het gesprek dat Cor Verheul met hen had.

Artikel Humus verkleind

Uit het gesprek met rector Douwe van Houten, voorheen sociaal wetenschapper aan de Universiteit Utrecht:

Waarom een universiteit?
Douwe: “Vergelijk het eens met andere werkterreinen waarbinnen wij werken. Vergelijk het eens met de mensen werkzaam bij defensie, in de ziekenhuizen, kijk naar het onderwijs en justitie, overal zie je academisch opgeleide mensen. In de confrontatie met andere werkers moet je op gelijk niveau kunnen functioneren. Daarvoor heb je een universitaire achtergrond nodig.
Ook is het fijn als je je onderwijsaanbod ruimer kunt stellen dan alleen een HBO- opleiding, het geeft de mogelijkheden van een zomeruniversiteit, post-hbo en post-academische cursussen, de korte opleiding die je kunt aanbieden. Je kunt zo een all round opleidingsinstituut binnen de humanistische beweging worden.
Belangrijker nog en gedeeltelijk ter ondersteuning van deze bespiegeling (…) is het feit dat als je als opleiding serieus genomen wilt worden je aan onderzoek zult moeten doen. Wij hebben alleen gespreksronde gehouden met de werkvelden over onderzoeksvragen, dat biedt interessante perspectieven. Wij kunnen daarbij ook denken aan gerichte samenwerking met het Humanistisch Studiecentrum Nederland en met de Stichting Socrates. (…) Een universiteit brengt veel expertise met zich mee. Expertise die je zo breed mogelijk moet inzetten en zo goed mogelijk zult moeten gebruiken…”’

Schaap met de vijf poten
Leidt de UvH zowel op voor het beoefenen van wetenschap als het beoefenen van een ambt? Dat zou een zware opgave zijn, een opleiding tot het bekende schaap met de vijf poten? Douwe: “Vanaf het begin laten wij de wetenschappelijke attitude en de beroepsmentaliteit samen met elkaar optrekken. Er moet sprake zijn van ‘een betrokken raken op’. Het verrichten van onderzoek is voor de opleiding natuurlijk nieuw. Er zijn daarin twee componenten te onderscheiden namelijk het op het beroep gerichte onderzoek, bijvoorbeeld onderzoek naar de methodiek, naar levensvragen en naar de vraag van de zinvolheid van het bestaan. Deze vragen werden tot nu toe vaak intuïtief beantwoord, maar dat kan beter en grondiger. Formuleer heel zorgvuldig je vraag en dan is deze onderzoekbaar.
Daarnaast kennen wij het meer fundamentele onderzoek. Dat zien wij bijvoorbeeld bij de systematische humanistiek en de historische humanistiek. De student is na de opleiding op beide markten thuis. De opzet hierbij is beroepsgericht onderzoek en fundamenteel onderzoek zoveel mogelijk op elkaar te betrekken. Ook leer de student gevoeligheid te krijgen voor de organisatie waarbinnen hij of zij komt te werken. Er zal sprake zijn van een sterke betrokkenheid bij beleidsprocessen. Daar is het een academisch beroep voor. In zes jaar leveren wij dus inderdaad het bekende schaap met de vijf poten af. Overigens niet nieuw want op sommige plaatsen werd er al een behoorlijk zwaar beroep gedaan op de afgestudeerden van het HOI. Wij geven nu alleen een gepast antwoord op wat eigenlijk al gebeurde.”

Nieuwe studenten
‘Douwe verwacht dat het arbeidsmarktperspectief zich de komende jaren zal verruimen. Het wordt een opleiding met een eigen gezicht, die zeker verschillend zal zijn aan het huidige Humanistisch Opleidingsinstituut.
Een bijkomend probleem is de vrije instroom. Het HOI kon weigeren. De Universiteit voor Humanistiek kan dat zeker niet. Waar het HOI vooral mensen opleidde met al vaak een arbeidsverleden en zeker met veel levenservaring zien wij nu de 18- tot 19-jarige student verschijnen met een VWO-diploma die opgeleid wil worden tot doctorandus in de Humanistiek, de uiteindelijke titel die de toekomstig afgestudeerden gaan voeren. Een open vraag is op dat grote aanbod verwerkt kan worden, een andere vraag is of je goed voor het ambt van geestelijk werker opgeleid kunt worden op zeer jonge leeftijd. Moeten de groepen gemengd worden? Houd je ze apart?
Dat laatste is nadrukkelijk niet de bedoeling. Er kunnen wel accenten gelegd worden, maar er worden mensen opgeleid die én toepassingsbereid én wetenschappelijk geschoold zijn. Het mag noch alleen een beroepsopleiding zijn, noch alleen een wetenschappelijke opleiding.’

De nieuwe organisatie
‘De kwaliteit van de opleiding zal zonder meer goed zijn. Douwe vertelt daarover: “Bij de start van de UvH zijn wij begonnen met de huidige bezetting van het HOI. Het omzetten van een HBO opleiding naar een universiteit is geen sinecure. Het is deze mensen gelukt om in 4 tot 5 maanden een goed en compleet propedeuse programma in elkaar te zetten. Mensen die dat in zo’n korte tijd kunnen, kunnen meer en dat schept vertrouwen.
Ook komen er nog zes hoogleraren bij. Geen bekende namen in de Humanistische kring, maar wel goed op hun vakgebied. Er is natuurlijk gekeken naar hun Humanistische gezindheid. Het zijn zeker geen kamergeleerden. Het zijn mensen die naar buiten kunnen treden en die zich durven openstellen. Uiteindelijk zal de bezetting zich zo rond 1993 stabiliseren op 35 volledige plaatsen.”

Uit het gesprek met voorzitter Henk Bijleveld, voorheen onder andere burgemeester van Houten en directeur van een ziekenhuis:
Henk: “Wij leiden mensen op met een taak, een belangrijke maatschappelijke taak. Daarom hebben wij rekening te houden met de bestaande situatie en met nieuwe ontwikkelingen. Op zoek naar nieuwe mogelijkheden. Kijk naar de vrij gevestigde humanistische raadslieden. Wat denk je van raadslieden binnen het bedrijfsleven? In het bedrijfsleven komt het begrip no-nonsense nogal eens voor, misschien moeten er daarom in de toekomst wel geestelijk raadslieden binnen het bedrijfsleven komen, en dan in belangrijke functies. Een capabel mens die de medemens een spiegel voor kan houden. Zoals de personeelschef rechtstreeks in relatie staat met het management, zo zou ik wel eens willen onderzoeken of daar in zo’n zelfde verhouding geen geestelijk raadsman zou moeten zitten.”

Bron: Interview van Cor Verheul met Humus, ledenblad van het Humanistisch Verbond

Reageer op dit verhaal

Reageer

Je e-mailadres wordt niet getoond. Velden met een * zijn verplicht.

*