Rob Buitenweg: ‘HOI en UvH hebben veel voor me betekend’

Rob Buitenweg studeerde recht en rechtsfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij volgde daarnaast de studie voor humanistisch geestelijk raadsman aan het Humanistisch Opleidingsinstituut. Hij werd docent, later hoofddocent aan de Universiteit voor Humanistiek en promoveerde op een onderzoek naar de aard en status van economische, sociale en culturele mensenrechten. Zijn aandacht gaat uit naar wereldburgerschap en mensenrechten, waarover hij onder andere met zijn dochter Kathalijne publiceerde.

Play video

Advertentie
“Het is allemaal begonnen in de jaren zeventig, met een kleine advertentie in de krant. Ik wilde na een onafgemaakte studie opnieuw gaan studeren.Toen zag ik die advertentie van het Humanistisch Opleidingsinstituut. Ik dacht: ‘Hee, dit is wat ik wil!’. Ik ben afgestudeerd aan het HOI, en heb daarna ook mijn universitaire studie weer opgepakt en afgemaakt. Vervolgens heb ik zeven jaar als humanistisch raadsman in het leger gewerkt. In die tijd volgde ik een een soort privé seminar bij Jaap van Praag, een cursus Humanistiek, samen met Rob Tielman en Albert Nieuwland. Jaap wilde opvolgers klaar stomen. Onder meer was het de bedoeling dat een van ons hem zou opvolgen als docent bij het HOI. Ik ben in 1980 inderdaad gaan solliciteren bij het HOI, bij HOI-directielid Ton Jorna, en werd aangenomen.

Humanistiek
Op het HOI gaf ik het vak ‘Humanistiek’. Ja, nu is ‘Humanistiek’ een hele opleiding. Maar op het HOI was humanistiek één van de vakken. Andere vakken die gedoceerd werden zijn ‘Theorie van het geestelijk raadswerk’,‘Andragologie’, ‘Sociologie’, ‘Psychologie’, en je had methodiekvakken; bijvoorbeeld ‘Methodiek van de verzorging’, ‘Methodiek van geestelijke vorming’ en ‘Methodiek van Humanistisch Vormingsonderwijs’.
Humanistiek was op het HOI een vak over de theorie van het humanisme. We waren vooral met studenten op zoek naar de betekenis van humanistische uitgangspunten en waarden. Een uitgangspunt als vrijheid probeerden we bijvoorbeeld te exploreren aan de hand van schrijvers uit de oudheid, maar ook modernere schrijvers als Sartre en Fromm. Die uitgangspunten probeerden we te wegen, zoekend naar hun diepere betekenis voor het leven.
Midden jaren ’80 heb ik even een andere baan gehad. Toen ik in 1987 terugkwam werd ik docent ‘Methodiek van het Humanistisch Vormingsonderwijs’: dat ging over de theorie achter de onderwijspraktijk. Ik heb in de jaren ’80 een tijdje humanistisch vormingsonderwijs gegeven aan een middelbare school, dus die ervaring kon ik mooi inzetten.

Amicale sfeer
De sfeer op het HOI was goed, amicaal. Veel mensen uit de humanistiekwereld kenden elkaar, het was niet zo groot. Het Humanistisch verbond was qua ledental een beperkte organisatie, ze zullen toen zo’n 10.000, maximaal 14.000 leden hebben gehad. En de wereld van de geestelijk verzorging was ook niet zo groot, de mensen kenden elkaar goed. En het HOI zelf was een klein instituut. Er was weliswaar onderscheid tussen studenten en docenten, maar dat onderscheid was maar betrekkelijk. Er was sprake van vriendschappelijke relaties tussen docenten onderling en ook tussen studenten en docenten.

Mensenrechten
Ik vond de overgang naar de UvH in 1989 aantrekkelijk en spannend. Ik vond het in zekere zin een avontuur en ik heb het met plezier gedaan. Maar misschien kwam dat ook omdat ik het roer kon omgooien voor mijzelf: Ik had op het HOI gewerkt als docent Humanistiek en Humanistisch Vormingsonderwijs, maar in het verre verleden ben ik afgestudeerd als jurist en rechtsfilosoof. Toen het HOI in UvH veranderde zag ik mijn kans schoon om toch weer om te zwaaien naar rechtsfilosofie, en dan vooral naar het gebied van de mensenrechten. Die omzwaai werd gehonoreerd door hogerhand en dat is voor mij erg uitdagend geweest.

Ik ben uiteindelijk ook op de mensenrechten gepromoveerd. Het onderwerp heeft me nooit meer losgelaten, ook niet na mijn pensionering. Het thema van mensenrechten heeft me onder meer bezig gehouden in mijn functies bij internationale humanistische organisaties. En, ik heb onlangs nog samen met mijn dochter, tevens ex-lid van het Europees Parlement, en een oud-student, thans docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, een boek geschreven over sociale mensenrechten van de Europese Unie.

Betekenis
Als je mij vraagt wat het HOI en de UvH voor mij betekend hebben, zeg ik: ‘veel’. Zonder het HOI was ik wellicht niet in de wereld van het humanisme terecht gekomen. Het is allemaal begonnen met die kleine advertentie in de krant. Als ik die advertentie niet had gezien was ik niet naar het HOI gegaan, en was ik ook niet daar de UvH gegaan, en had ik me niet verder beziggehouden met humanisme. Dan had mijn wereld er heel anders uitgezien. Zonder de UvH was ik niet gepromoveerd. Zonder de UvH was ik niet verder gegaan met mensenrechten. De UvH heeft mij in ieder geval de kans gegeven om me te storten in een nieuw veld en me te bekwamen in een nieuwe beroepshouding: een wetenschappelijke. Dat heb ik heel spannend en stimulerend gevonden. De overgang van HOI naar UvH was voor mij persoonlijk van belang. Het heeft me nieuwe kansen geboden, kansen om mezelf te ontwikkelen.
Maar die overgang is vooral van belang geweest voor de humanistische wereld: deze universiteit levert een belangrijke bijdrage aan het werk van de humanistische beweging. Er zijn thema’s waar de humanistische beweging zich voor inzet en de UvH kan deze thema’s wetenschappelijk verkennen en onderbouwen. Uiteindelijk gaat het de humanistische beweging om een menswaardig bestaan voor ieder. En, de UvH kan daarbij helpen.
De zinvolheid van mijn leven hangt niet alleen van mijn werk af, maar voor zover het daar wel vanaf hangt heb ik mijn werk aan het HOI en de UvH als zinvol en zingevend ervaren vanwege de inhoud van het beroep en door de ontmoeting met collega’s en studenten.”

Reageer op dit verhaal

Reageer

Je e-mailadres wordt niet getoond. Velden met een * zijn verplicht.

*