De Ribbius Peletier Wisselleerstoel (1994-2000)

Mevrouw Ribbius Peletier liet onverwacht geld na aan het Humanistisch Opleidings Instituut, de voorloper van de universiteit. Er werd een stichting opgericht met als doelstelling ‘het bevorderen van het praktisch humanisme met betrekking tot vrouwenzaken’. Van 1994 tot 2000 werd hier een bijzonder hoogleraar Vrouwenstudies van bekostigd.

Eind december 1989 werd er bij het HOI een brief bezorgd van een Haagse notaris. Er stond in dat mevrouw mr. A.E. Ribbius Peletier dat jaar was overleden en dat zij in haar testament f 150.000 had gelegateerd aan de Stichting HOI. Dat was een mooi bericht, maar wel een verrassing: mevrouw Ribbius Peletier was geen bekende figuur in de humanistische beweging geweest. Zij had ook niets naders laten weten over een bestemming van het legaat, zodat het HOI, in die tijd juist verwikkeld in de overgang naar UvH, een half jaar van overleg nodig had om een besluit daarover te nemen. Vervolgens werd er een afzonderlijke Stichting mr. A.E. Ribbius Peletierfonds opgericht, waarvan het bestuur in meerderheid uit vrouwen moest bestaan. Dit in de geest van de legatrix, wie de vrouwenzaak in haar 98 jaar lange leven altijd ter harte was gegaan. De doelstelling van de stichting was ‘het bevorderen van het praktisch humanisme met betrekking tot vrouwenzaken’.

Het oorspronkelijke plan was om elke twee jaar een studiedag over praktisch humanisme en vrouwenzaken te organiseren, waar twee Ribbius Peletierprijzen zouden worden uitgereikt. Een praktijkprijs voor iemand die zich verdienstelijk had gemaakt met een actieve bijdrage aan humanisme en vrouwenemancipatie; en een prijs voor een essay dat een verband legde tussen theorie en praktijk van het humanisme. De praktijkprijs is uiteindelijk vier maal uitgereikt, in 1992, 1994, 1997 en 2000. Met de essayprijs liep het minder voorspoedig: door gebrek aan voldoende goede inzendingen werd die meteen de eerste keer al niet uitgereikt en ging ook de bijbehorende studiemiddag niet door.

Het was de rector van de UvH, Douwe van Houten, die toen met het idee kwam om in plaats van de essayprijs een bijzonder hoogleraar Vrouwenstudies aan de UvH te bekostigen. Uiteindelijk kreeg hij zijn zin: het bestuur van het Peletierfonds besloot een wisselleerstoel in te stellen voor telkens een jaar, steeds op een ander deelterrein van ‘feminisme, humanisme en emancipatievraagstukken’. Dat gebied werd niet gedekt door de gewone UvH-leerstoelen – die bovendien alle zes door mannen werden bezet. De wisselleerstoel moest een inspiratiebron vormen voor UvH-onderzoek en -onderwijs en bezet worden door een liefst buitenlandse hoogleraar. De publiciteit die zo’n leerstoel kon genereren zou bovendien bevorderlijk zijn voor de landelijke bekendheid van de UvH.

In het studiejaar 1994-1995 verzorgde de Amerikaanse politicologe Joan Tronto als eerste bekleedster van de leerstoel onderwijs op het gebied van de zorgethiek en hield de oratie Caring for democracy: A feminist vision. Zij werd opgevolgd door de Nederlandse psychologe Janneke van Mens-Verhulst, die het promotieonderzoek van UvH-aio Gaby Jacobs begeleidde en ook een module op het terrein van de vrouwenhulpverlening verzorgde. Haar oratie had de titel Vrouwenhulpverlening: diversiteit als bron van zorg en haar aanstelling duurde twee jaar (1995-1997), waarna zij een andere bijzondere leerstoel kreeg, zodat de UvH nog langer van haar deskundigheid kon blijven profiteren. In 1997-1998 werd de Peletierleerstoel bekleed door de Britse psychologe Ann Phoenix (op de foto), die een oratie hield met de titel (Re)constructing gendered and ethnicised identities: are we all marginal now? Een Nederlandse vertaling ervan verscheen in het Tijdschrift voor Genderstudies.

Door onenigheid over inhoud en financiering werd de leerstoel daarna pas in 2000 weer bezet. In het kader van een samenwerkingsproject van de UvH met de dienst geestelijke verzorging bij Defensie, gaf de Britse sociologe Cynthia Cockburn onderwijs over oorlogsgeweld, zingeving en sekse. Haar oratie was getiteld Gender and democracy in the aftermath of war: women’s organization in Bosnia-Herzegovina. En toen was het legaat van Liesbeth Ribbius Peletier op. Vier praktijkprijzen en vijf jaar wisselleerstoel had de UvH het begin van een nationaal en internationaal netwerk opgeleverd.

Met dank aan: Ulla Jansz

Reageer op dit verhaal

Reageer

Je e-mailadres wordt niet getoond. Velden met een * zijn verplicht.

*